Blog

  • Geschiedenis van het Mastbos

    Geschiedenis van het Mastbos

    In 1515 geeft Graaf Hendrik III – de Heer van Breda – opdracht tot de aanleg van een groot wildpark voor de jacht op edelherten en wilde zwijnen. Hij koopt in het Duitse Neurenberg zaad van de grove den en verbindt een aantal bestaande bosjes ten zuiden van de stad. Daarmee staat hij aan de wieg van het oudste aangeplante naaldbos van Nederland: het Mastbos. 

    Er bestaan verschillende verklaringen voor de naam van het bos. Sommigen geven aan dat de bomen werden gebruikt als mast voor de VOC-schepen. Anderen vermoeden dat het een verwijzing is naar de dennen (dennenappels worden ook wel ‘mastappels’ genoemd) óf naar het masten (vetmesten) van de varkens die tot in de 18e eeuw in het bos graasden. 

    Het bos doorstaat in haar 500-jarig bestaan de nodige uitdagingen. Zowel de Spanjaarden (1568-1648) als de Duitsers (1940-1945) gebruiken tijdens hun bezetting het hout voor hun verdediging en veroorzaken tijdens de oorlogsjaren een enorme kaalslag. Maar ook de natuur zelf doet een duit in het zakje. Een enorme rupsenplaag rond 1800 verzwakt de bomen en een hevige storm doet de rest. Met wat hulp van de mens herstelt de natuur gelukkig. En daarmee groeit het in ruim 500 jaar uit tot een prachtig, afwisselend bos van zo’n 570 hectare (800 voetbalvelden) groot.